Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

imperialisme - (politiek van heers- en expansiezucht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

imperialisme zn. ‘politiek van heers- en expansiezucht’
Nnl. eerst in de Latijnse vorm imperialismus “de keizersheerschappij, het keizerschap; willekeurige onbeperkte heerschappij, despotisme” [1863; Kramers], dan imperialisme ‘politiek van heers- en expansiezucht’ in herauten van royalisme en imperialisme [1887; Groene Amsterdammer], een sterk Marxistisch blad, dat onbarmhartig het kapitalisme en het imperialisme aanvalt [1897; WNT Aanv.]. Daarnaast imperialist ‘aanhanger van het imperialisme’ [1886; Kramers] en imperialistisch ‘betreffende het imperialisme’ [1887; Groene Amsterdammer].
Moderne afleiding van het Laatlatijnse bn. imperialis ‘keizerlijk, betreffende de keizer’, afleiding van imperium ‘keizerrijk’, zie → imperium. Het woord verschijnt eerst in het Frans onder Napoleon, als impérialisme ‘keizergezindheid’ [1832; Rey] in contrast met royalisme ‘koningsgezindheid’. Later, en wellicht onafhankelijk van het Frans, ontstaat Engels imperialism ‘de Britse koloniale expansiepolitiek’ [1878; OED], wellicht als vervolg op de kroning van koningin Victoria in 1877 tot Empress of India ‘keizerin van India’. Het was dit Britse imperialisme dat in het buitenland steeds vaker werd verafschuwd en in een negatief daglicht gesteld, uit afgunst, maar vaker vanuit een slachtofferpositie of op ideële gronden. Grote motor hierachter was het marxisme-leninisme, dat in het begin van de 20e eeuw imperialisme aanwees als het zeer verwerpelijke, ultieme stadium van het kapitalisme. Het was uiteindelijk deze pejoratieve betekenis die internationaal werd.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

imperialisme (Engels imperialism)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Imperialisme (Lat.: imperium = heerschappij) heet het heerschzuchtig streven van een of ander rijk, om zich steeds meer gebied te verwerven, zelfs met krenking van het volkenrecht. Bijv.: Engelands imperialisme kon in Zuid-Afrika de onafhankelijke Boerenrepublieken op den duur niet dulden.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

conservatief [politiek behoudend] (1848). In 1848 breken overal in Europa revoluties uit. Een direct gevolg hiervan was een grondwetswijziging naar Engels voorbeeld, op initiatief van de liberale politicus Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872). De invloed van Engeland op de Nederlandse politieke ontwikkelingen is in deze periode zeer groot, en als gevolg daarvan worden er veel Engelse politieke termen overgenomen, zoals conservatief, debater, demonstratie (‘betoging’), imperialisme, internationaal, parlement, pragmatisme, protectionisme en quorum. De nieuwe staatsinrichting in de negentiende eeuw zorgt sowieso voor allerlei nieuwe termen in het Nederlands, zoals actief kiesrecht, passief kiesrecht, kieswet en volksvertegenwoordiging. Neerlandicus Jan te Winkel zegt hierover in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “Zoo heeft de meer democratische regeeringsvorm van 1848 allerlei woorden in onze spreektaal ingevoerd, die of geheel nieuw waren of te voren slechts nu en dan waren geschreven. Daar het jeugdig parlementarisme zich het zooveel oudere en meer ontwikkelde Engelsche in menig opzicht tot voorbeeld nam, kwamen er als van zelf ook Engelsche woorden in de mode, als budget (naast “begrooting”), club, en daarvan de jongere samenstelling kamerclub, meeting en speech [...]. Partijnamen ontstonden als clericaal en christelijk-historisch, behoudend en vooruitstrevend (’t laatste nog jong, zooals over het algemeen het streven zonder nader aangeduid doel), socialistisch (of sociaal, zooals het volk zegt) en radicaal, dat nu ook absoluut gebruikt kan worden, terwijl men vroeger alleen van “radicaal bedorven”, enz. kon spreken. Tamelijk nieuw zijn ook nog monsterverbond, kiesplicht, stemplicht, dienstplicht, leerplicht , schoolplicht. Tot het allernieuwste (sinds 1897 bekend) behoort ook stempotlood.”

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal