Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

juni - (zesde maand van het jaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

juni zn. ‘zesde maand van het jaar’
Mnl. eerst in de Latijnse vorm: der manet junius ‘de maand juni’ [1253; CG II, Gez.reg.], dan june in sierstes dages van june ‘op de eerste dag van juni’ [1312; CG I, 313].
Ontleend aan de Latijnse maandnaam iūnius (genitief iūnii), zelfstandig gebruik van het bn. in de verbinding mēnsis iūnius ‘Juniusmaand’ en afgeleid van de naam van Iūnō, de Romeinse beschermgodin van de vrouw, het huwelijk en de geboorte, en vrouw en zuster van de oppergod Iūpiter.
In het Vroegnieuwnederlands was de gewone vorm Junio, meestal in de verbogen vormen Junii, Junij, Juny en Junio, dus op Latijnse wijze. Voor de Nederlandse ontwikkeling tot juni, zie → januari.
Een oudere Nederlandse benaming voor deze maand is braakmaand: onl. brachmanoth [ca. 1050; CG II-1, 122], mnl. braecmaent [1293; CG I, 1638], de maand waarin de braec, het omploegen van het bouwland, plaatsvond. Een andere oude naam is mnl. wedemaent [1271; CG I, 196], wrsch. met pgm. *widu- ‘hout’, zie → wielewaal; het benoemingsmotief zou zijn het schillen van de eikentakken om daaruit de looistof voor de leerlooierij te winnen; latere volketymologische varianten met weid(e)- [1567; Nomenclator], wiede- [1654; WNT] en weder- [1599; Kil.].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

juni [zesde maand] {iunium 1050, june 1312} < latijn (mensis) Iunius, mensis [maand], Iunius, van, gewijd aan (de godin) Juno, de echtgenote van Jupiter, waarschijnlijk eig. ‘de jeugdige, de jonge vrouw’, verwant met iuvenis [jong, jeugdig]. Juno was oorspr. godin van geboorte, vruchtbaarheid en huwelijk.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

Juni znw. m. < lat. Junius, de maandnaam, die naar Juno genoemd was.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

juli znw. Oorspr. gen. enk. van lat. Jûlius, evenzoo Januari, Juni, Februari van Jânuârius, Jûnius, Februârius. NB. In data staat de maandnaam in ’t Lat. in den gen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

Juni m., Lat. id., genit. van Junius, genoemd naar de godin Juno of naar de Romeinsche familie Junia.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

Junie s.nw.
Sesde maand van die jaar.
Uit Ndl. Juni (Mnl. June).
Ndl. Juni uit die Latynse maandnaam Junius. Die maand word volgens sommige bronne so genoem na die Romeinse godin Juno en volgens ander na die eerste Romeinse konsul Lucius Junius Brutus (509 v.C.). Die woord is in Ndl. in die genitiefsvorm oorgeneem uit Latynse dagtekeninge.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

juni (Latijn (mensis) Iunius)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Juni (Lat.: Junius) is genoemd òf naar Juno, de gemalin van Jupiter, òf naar Junius Brutus, den len consul.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Juni, Lat. Junius, naar Juno, gemalin van Jupiter.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

juni ‘zesde maand’ -> Indonesisch Juni ‘zesde maand’; Boeginees jûni ‘zesde maand’; Javaans juni ‘zesde maand’; Madoerees juni ‘zesde maand’; Makassaars jûni, jûne ‘zesde maand’; Minangkabaus juni, yuni ‘zesde maand’; Nias yuni ‘zesde maand’; Singalees jūni ‘zesde maand’; Negerhollands junie ‘zesde maand’; Papiaments yüni ‘zesde maand’; Sranantongo jüni, juni ‘zesde maand’; Sarnami jun ‘zesde maand’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

juni zesde maand 1270 [Toll.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal