Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kont - (achterwerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kont zn. ‘achterwerk’
Mnl. conte ‘vrouwelijk geslachtsdeel’ in die gegaden ... entie conte ‘de mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen’ [1351; MNW-P]; vnnl. kont in de vloy, ... die op u hont (lees: kont) gheseten het ‘de vlo die op uw schaamdeel gezeten heeft’ [1617; WNT], jouw susters cont [1623; WNT], ‘achterwerk’ in zyn kont [1748; WNT], ik schopje allebei voor je k[ont] [ca. 1785; WNT].
Mnd. kunte; ofri. kunte (nfri. kont, kûnt); me. cunte (ne. cunt); on. kunta (ontleend aan het mnd.; nzw. dial. kunta); alle ‘vrouwelijk geslachtsdeel’; < pgm. *kuntō-. Genasaleerde variant van het mogelijke substraatwoord → kuit 1 en → kut.
De oorspr. betekenis ‘vrouwelijk geslachtsdeel’ is in de standaardtaal reeds lang verouderd, maar komt nog voor in enkele dialecten. De betekenisontwikkeling van ‘geslachtsdeel’ naar ‘achterwerk’ is zuiver Nederlands.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kont* [achterste] {conte [vrouwelijk geslachtsdeel] 1351; de huidige betekenis 1741} middelnederduits, oudwestfries kunte, oudengels cunte, oudnoors kunta; vermoedelijk genasaleerde vorm van kut; de betekenis ‘achterste’ is secundair; in dialecten vinden we nog de betekenis ‘vrouwelijk geslachtsdeel’. Voor de uitdrukking zijn kont tegen de krib zetten/gooien vgl. krib.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kont znw. v. ‘achterste, aars’, maar dial. nog ‘vrouwelijk schaamdeel’ (Vlaanderen, Friesl., Gron.), mnl. conte ‘vrouwelijk schaamdeel’, mnd., owfri. kunte, me. cunte, terwijl on. kunta wel uit mnd. zal zijn ontleend. — Waarschijnlijk een genasaliseerde vorm van kut. — nnoors zw. kunt ‘ransel van berkenschors’, dat IEW 394 hiermee verbindt, is ontleend aan fins kontti.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kont znw. (de, het). = mnl. conte v. “vrouwelijk schaamdeel”. Vgl. voor de bet. ’t 2. lid van hondsvot, dat in du. diall. ook “achterste” beteekent. In dezelfde bet. als mnl. conte ook mnd. owfri. kunte v., meng, cunte, on. noorw. en zw. dial. kunta v. Wellicht is de k een idg. g?: vgl. eng. dial. queint, bei. quinze “veretrum”. De oorspr. bet. was wellicht “gat, opening”. De combinatie met idg. ĝenê- (zie kind) is wegens de qu-vormen niet aan te bevelen, die met lit. gimtìs “geslacht, sexus” is ook onzeker, niettegenstaande het hierbij hoorende lett. dʃemde “uterus”. Vgl. kut.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kont 1 v. (vrouwelijkheid, achterste), Mnl. conte + Ndd. kunte, Eng. cunt, Ofri. kunte, No. en Zw. kunta, De. kunte: een nasaleering van kut.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

koont (zn.) achterwerk; Nuinederlands kont <1748>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kont s.nw. (plat)
Vroulike skaamdeel.
Uit Ndl. kont (Mnl. conte). Ndl. kont 'vroulike skaamdeel' is in 'n groot gedeelte van die Ndl. taalgebied verouderd, maar word veral nog, soos in Afr., met verswakte bet. as skelwoord gebruik. Ndl. kont beteken verder ook 'sitvlak' en 'stuk van broek wat die sitvlak bedek'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kont: “agterste, aars, anus”; ook “cunnus”; Ndl. kont, “aars”, maar dial. (o.a. Fri., Gron. en Vl.) nog “cunnus” (Mnl. conte, Meng. cunte, On. kunta); vgl. ook Eng. cunt en kannie-koenie hierbo.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

kont, kontje. In de 19de eeuw komt de verwensing je kont! voor. Deze ontwikkelde zich tot een uitroep waarmee men te kennen wilde geven dat men het met iets niet eens was. Begin deze eeuw gebruikt Heijermans de verwensing aan mijn kont! Functie en betekenis zijn te vergelijken met ‘lazer op’. Net als van poeper, naars, gat, hol en reet wordt van kont in combinatie met kussen de vulgaire verwensingen kus mijn kont! en kus me de kont! gevormd. Ook de variant je kunt mij de kont kussen komt voor. Ik trof die bijvoorbeeld aan in het Drentse Schoonoord. Bij Sanders en Tempelaars (1998) vond ik voor Rotterdam kus me de kont en lik me de blaas! en voor West-Brabant kus me kont en lik me gat! Voor Vlaanderen geeft Mullebrouck (1984) kus de kont van Herodes!; kus de kont van het vogeltje, dan krijg je een pruimen smoeltje! en wel tapisseer nu mijn kont! In het Noord-Brabantse Berghem kent men ook God, nakende blote kont! om woede, verbazing enz. uit te drukken. Iemand die men als oorzaak van ongeluk of ergernis beschouwt, kan men ook verwensen met je kunt voor mij een pop krijgen met een koperen kontje, dan kun je je de klere poetsen! aars, elf, gat, Hegemermart, helft, hol, koffiemelk, kolere, koperen, kussen, lepel, likken, melk, naars, neuken, poeper, poetsen, pop, reet, tiet, touw, verf, vessie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kont ‘achterste, achterwerk’ -> Duits dialect Kunte ‘achterste, achterwerk’; Deens (in samenstellingen) kunt- ‘benedeneind of achtereind van een touw’; Berbice-Nederlands kundu ‘achterste, achterwerk’.

Dateringen of neologismen

R. Schutz (2007), Brekend nieuws, Nijmegen

kont schoppen. Letterlijke vertaling van Engels kick ass = ruig tekeergaan; Ik las gisteren dat de VooDoo3 asociaal snel zal zijn... bits 1600x1200 met 40 fps ofzo... maar zodra dat ding uitkomt, komt de nieuwe TNT weer uit en die gaat zo vreselijk kont schoppen dat voodoo wel kan opdoeken. (1998); De 2e jaars worden echter meer en meer actief en dat schopt kont; Gefeliciteerd jongens en schop kont daar in Dinxperlo!; Mooie site hoor! je foto's zijn echt gaaf! ik vind je concertfoto's echt schop-kont-goed!; Afgelopen weekend was de eerste race van het seizoen en Berry heeft kont geschopt.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kont* achterste 1741 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1312. Iets aan zijn laars (zijn zolen, zijn botten of zijn hielen) lappen (of plakken),

d.i. iets niet tellen, er niets om geven, er geen drukte over maken hetzelfde als iets aan zijn gat vegen (fr. se ficher de quelque chose; 17de eeuw iets aan zijn been binden, knoopen); Tuinman II, 207: hij vaagt daar zyn hielen aan; Harreb. I, 308: iets achter zijne hielen lappen of plakken; II, 253: dat lap ik onder mijn schoenen. Zie Jord. 309: Haar zenuwachtige praatzieke opwinding lapte hij aan zijn laars; Het Volk, 15 Juli 1913, p. 1 k. 4: De S.D.P. heeft toen deze ‘grondwet’ aan haar laars gelapt en blijft tweedracht zaaien waar zij kan; 13 Dec. 1913, p. 1 k. 1.: Als er een regeering was opgetreden, die de uitspraak der kiezers aan haar laars had gelapt; 24 Oct. 1913, p. 1 k. 4: Hij lapte het besluit van de volksvertegenwoordiging aan zijn laars; 20 Nov. 1913, p. 8 k. 2: De soc. dem. fraktie heeft zonder meer de eisch der vakorganisatie aan haar laars gelapt; Nkr. II, 29 Maart p. 2: En ten slotte zei ik toen, dat ik haar opinie aan mijn laars lapte; De Amsterdammer, 24 Mei 1914, p. 7 k. 3; Ppl. 74: Zij lapte alles aan d'r modderlaarzen; bl. 207: Ja of u nou nee zegt, dat lap ik toch amme laars; Nkr. IV, 13 Nov. p. 6; V, 5 Febr. p. 4; vgl. ook Kmz. 303: Trane, die 'k an me kont veeg, komedietrane; Dievenp. 126: Ik heb altijd als 'n brave schooljongen opgelet, maar ik lapte alle theorie aan m'n zool; Nkr. III, 14 Febr. p. 6:

Vraag je dan: Agent ga mee!
Daar wordt ginds gestolen,
Zegt hij daad'lijk: Mij 'n biet,
Dat lap ik aan mijn zolen.

Zevende Gebod, 55: Jouw brave engel lap ik an me zole! Lvl. 171: Ik wil 'r maar mee zeggen, dat 'k het heele leger aan m'n zool lap; Peet, blz. 353; Nkr. III, 5 Sept. p. 6; Schakels, 168: Jouw ondervinding! Die lap 'k an me botten! De Telegraaf, 10 Dec. 1914 (avondbl.) p. 5 k. 1: Mars, de oorlogsgod, is de rechte er naar om alle Kerstengeltjes ter wereld aan zijn schoenzolen te lappen; Groot-Nederland, 1914 (Oct.) bl. 457: Ik ben geen jonkheer! An me zolen 'r mee!; Jord. II, 62: An me sool links!; II, 176: An me linkerzool; II, 335: Maar de jonge meiden lapten alle vermaningen aan hun linkerzool; syn. ergens zijn botten mee of aan vegen, o.a. Handelsbl. (avondbl.) 6 Juni p. 5 k. 4: Literatuur veegt-ie an z'n botten; Sjof. 253: Maar met die praatjes, daar veegden-ie zijn botten mee af; Nkr. II, 15 Maart p. 2: De tyran schijnt er weinig om te malen, hij vaagt er zijn botten an; Het Volk, 14 Maart 1914, p. 5 k. 2: Onvervaard vaagden burgemeester Roëll en diens getrouwen hunne botten aan het advies der Schoonheidscommissie. - Van daar ook an me laars!, maakt dat een ander wijs! of ook: dat kan me niet schelen, o.a. Kmz. 176: Denk je dat 't liefde is? Liefde.... an me laars!; Jong. 145: Wijlui, vrouwe, motte d'r toch 't eerst in (in den schouwburg)! - An me laars! 'k Heb ook me cente betaald. - In denzelfden zin aan mijn kont, o.a. in Kmz. 375. Naast ik lap het aan mijn laars hoort men ook het laarst me nietVgl. Leuv. Bijdr. X, 182..

Voor Zuid-Nederland vgl. De Bo, 304: aan iets zijn ende vagen; 1235: iemand of iets aan de zool van zijn schoe'n vegen, er zich niet over bekreunen, er mede lachen; Schuermans, 497 a en 325 b: iet aan zijn pollevieën, aan zijn achterlappen vegen; Antw. Idiot. 285: aan iet zijn botten vegen; ook zijn gat, zijn klooten aan iets vegen; Schuerm. 80 en Rutten, 41: zijne broek aan iets vagen (in Noord-Nederland: afvegen), zich om iets niet bekreunen, er den bliksem van geven; Teirl. II, 159; 169: an iemand of an iet zijn konte (of kodde) vagen (of wrijven), er zich niet aan gelegen laten; Harreb. I, 183: daar veeg ik mijn elleboog aan. In Twente: 't gat der an ofwisschen; fri. de kont er oan offeije; eng. to set a th. at one's heels. Zie no. 604.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal