Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

medaille - (gedenkpenning, erepenning)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

medaille zn. ‘gedenkpenning, erepenning’
Vnnl. medalie oft ander werck dat ghy afgieten wilt [1558; Piemontois 1636, I, 241], twee madalien op de schoorsteen [1567; WNT], medalie, medaille ‘(antieke) munt met afbeelding’ in int midsen van de duynen in de potcley worde gevonden een schoone copere medalye ‘midden in de duinen werd in de potklei een mooie koperen munt gevonden’ [1571; WNT pot II], ‘gedenkpenning’ in de gouden medaille van de veroveringe van Sluys [1605; WNT]; nnl. medaille, medalje ‘erepenning voor prestaties of goede werken’ in den gouden medaille ... gehaald had [1793; WNT].
Ontleend aan Frans médaille ‘sierpenning met beeltenis van een illuster persoon, gedenkpenning’ [1536; TLF], eerder al medaille ‘munt in gebruik in Italië en de Levant’ [1496; TLF] (later ook ‘erepenning voor bijzondere prestaties’ [1758; TLF]), dat zelf ontleend is aan Italiaans medaglia ‘penning met beeltenis van een illuster persoon’ [voor 1519; DELI], eerder al ‘oude munt ter waarde van een halve denarius, in gebruik o.a. in het noorden van Italië en op Malta’ [1272-94; DELI]. Medaglia is hetzelfde woord als middeleeuws Latijn medalia, o.a. ‘halve inhoudsmaat’, dat wrsch. met dissimilatie is ontstaan uit Laatlatijn medialia ‘halfje(s)’, onzijdig meervoud opgevat als vrouwelijk enkelvoud van het bn. medialis ‘zich in het midden bevindend, middelst’, een afleiding van klassiek Latijn medium ‘het midden’, zie → midden. Minder wrsch. is dat medaglia teruggaat op een hypothetisch Laatlatijn *metallia (moneta) ‘metalen munten’, van klassiek Latijn metallum ‘metaal’, zie → metaal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

medaille [erepenning] {medalie 1567, medaille 1605} < frans médaille < italiaans medaglia, teruggaand op latijn metallum [erts] (vgl. metaal).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

medaille znw. v., in de 16de eeuw < fra. médaille < ital. medaglia < vulg. lat. < metallia ‘munt van metaal’.

Een andere afleiding is ofra. mëaille, nfra. maille ‘halve penning’ > mnl. maelge, mailge, malie ‘helft van een penning’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

medaille znw. In de 16. eeuw ontleend uit fr. médaille, dat op lat. metallea teruggaat, ’t v. van een van metallum “metaal” afgeleid bnw. Ofr. meaille, maille, een muntnaam, waaruit mnl. maelge v. id., is een klankwettige fr. vorm. Fr. médaille gaat op it. medaglia terug, dat zelf weer uit een veel ouderen fr. vorm ontleend is.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

medaille. It. medaglia behoeft niet uit ʼt Fr. te zijn ontleend. — Een andere, minder wsch. verklaring van de rom. vormen bij Meyer-Lübke REW3 5451.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

medaaje (zn.) medaille; Nuinederlands medalie <1558> < Frans médaille.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

bedaille, bedalie, zn.: medaille. Door wisseling van de bilabialen m/b. Vgl. Kortrijks bedooldzje = medooldzje ‘medaille’.

medanzjel, medonzjel, zn.: medaille. Door metathesis uit medailzje, ook wel vervanging van gemouilleerde l (lzj) dor gemouilleerde n (nzj).

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

madalie, madol, bedollie, zn.: medaille. Vlaams medaalde, madaalde, bedoolde. Fr. médaille < It. medaglia < volkslat. medialia > medalia, afl. van medius ‘half’. Madalie met voortonige klinkerversterking; bedollie door wisseling van de bilabialen m/b.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

medaalde (E, G, ZO), madaalde (G, R, ZO), zn. v.: medaille. Met Ovl. ld-realisatie van Franse l mouillé uit Fr. médaille (Tavernier 1970, 70) < It. medaglia < volkslat. medialia > medalia, afl. van medius 'half'. Madaalde met voortonige klinkerversterking, zoals ook madalie (B).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

medaille (Frans médaille)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

medaille ‘erepenning’ -> Indonesisch medali ‘erepenning’; Ambons-Maleis medali ‘erepenning’; Kupang-Maleis medali ‘erepenning’; Menadonees medali ‘erepenning’; Soendanees madali ‘erepenning’; Ternataans-Maleis medali ‘erepenning’; Sranantongo medari ‘erepenning’; Surinaams-Javaans médali ‘erepenning’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

medaille erepenning 1567 [WNT] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1116. De keerzijde van de medaille,

d.i. de minder goede, de onaangename zijde eener zaak; eig. gezegd van een medaille of een muntstuk, de achterzijde; vgl. fr. le revers de la médaille. Zie Bank. I, 15: Al wat in de weereldt is, heeft verscheyden averechten en omslagen: t is een medaille, daer van 't recht van 't averecht, kruys en munte, dapper verschilt. In het hd. jede Medaille hat zwei Seiten, dat ook bij ons voorkomt in Bank. II, 284: Elcke medaille heeft twee zijden; de reden is een kostelick en prijzelick deel van de mensch: maer t' is ook een zorgelick mes in de hand van stijf-zinnighe herssebecken; Harreb. II, 69 b: Elke medaille heeft twee zijden (of een een keerzijde); Waasch Idiot. 514 b: Den schoonsten kant van den penning laten zien, de voordeelige zijde van een zaak bespreken; Potgieter, 2, 37: Er is veel uitlokkends in, - maar de penning heeft toch ook zijne keerzijde; Ndl. Wdb. XII, 1098.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal