Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

muskaat - (specerij)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

muskaat zn. ‘specerij’
Mnl. muscata, muscate, moscate ‘specerij’ in Alant, muschaten, ende lacrissce, getemperet mitten wine ‘wijn doortrokken van alantswortel, muskaatnoten en zoethout’ [1253; VMNW hoest], naghele, sufraen, moscaten ‘kruidnagels, saffraan, muskaatnoten’ [1401; MNW stomaticum]; vnnl. muscaten ‘muskaatnoten’ [1514; WNT zedoar].
Ontleend aan Oudfrans muscate ‘muskaat’, variant van muscade als verkorting van nois muscade [ca. 1165; TLF] < Laatlatijn nux muscata ‘noot met muskusgeur’. Hierin is muscata ‘voorzien van muskus’ een afleiding van Laatlatijn muscus ‘muskus’, via Grieks móskhos ‘id.’ ontleend aan Perzisch mušk ‘id.’, dat teruggaat op Sanskrit muṣká- ‘testikel’, een afleiding van mū́ṣ ‘muis’, zie → muis 1. Muskus is een sterk ruikende stof die bij mannelijke muskusherten (geslacht Moschus) wordt afgescheiden door een klier nabij de geslachtsoganen.
Gebruikelijk zijn vooral de samenstellingen met → noot 2: mnl. note muscate ‘noot die muskaat heet, muskaatnoot’ [1287; VMNW], vnnl. muscaet note ‘id.’ [1573; Thes.]. Ook nu nog zijn nootmuskaat en muskaatnoot synoniem.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

muskaat [noot] {muscaet, moscaet 1253} < oudfrans muscate (vgl. nootmuskaat).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

muskaat znw. v., mni. muscâte, moscâte, ook reeds nōtemuscâte evenals mnd. muschate, muscate, mhd. muschat, muscat (nhd. muskat) < ofra. (noix) muscate < mlat. nux musāta en muscātum ‘eig. ‘muskusgeur’ en dan zaadkorrels der myristica fragrans. — Mogelijk > russ. móskot’, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2 (1959) 61.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

muskaat znw., mnl. muscâte, moscâte, ook nōtemuscâte v. “muskaat, muskaatnoot”. Evenals mhd. musc(h)ât m. v. (nhd. muskate), mnd. musc(h)âte uit ofr. muscate (noiz muscate) of laat-lat. muscâta.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

muskaat 1 v. (vrucht), gelijk in alle Eur. talen, uit Mlat. muscatam (-a) = naar muscus riekend, een zelfst. gebr. vr. adj. van muscus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

mesjaot (zn.) nootmuskaat; Vreugmiddelnederlands muscate <1253> < Frans muscate.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

mesjaat, besjaat, zn.: muskaatnoot, nootmuskaat. Door normale evolutie sk > sj en besjaat door wisseling van de bilabialen m/b.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

1muskaat s.nw. (ongewoon)
Neutmuskaat.
Uit Ndl. muskaat (Mnl. muscate, moscate).
Ndl. muskaat uit Oudfrans muscate uit Latyn muscatus 'wat na muskus ruik'.

2muskaat s.nw.
1. Enigeen van verskillende soorte druiwe wat vir die maak van muskaat (2muskaat 2) gebruik word. 2. Enigeen van verskillende soorte aromatiese dessertwyne of effe soet en droë wit tafelwyne.
Uit Ndl. muskaat (ongeveer 1710 in bet. 1).
Ndl. muskaat uit Fr. muscat, 'n verkorting van raisin muscat 'muskaatdruif' of vin muscat 'muskaatwyn', so genoem n.a.v. die muskusgeur daarvan.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

muskaat: speseryneut; Ndl. muskaat (Mnl. mus-/moscāte naas nōtemuscāte), Hd. muskat, Eng. nutmeg, soos Mnl. nōtemuscāte uit Ll. nux muscāta, “neut m. muskusgeur” (v. muskus).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

muskaat specerij 1253 [CG II1, 346] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal