Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nano- - (voorvoegsel ter aanduiding van een miljardste deel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nano- [voorvoegsel ter aanduiding van een miljardste deel] {in bv. nanofarad 1926-1950} < latijn nanus [dwerg] (vgl. nanisme).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nanoseconde

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Nano- (Lat. nánus = Gr. νάννος of νάνος (nánnos, nános) = dwerg). Eerste lid in samenstellingen met de namen van eenheden ter aanduiding van het milliardste deel van die eenheden; aanbevolen in 1939 door den Natuurkundigen Raad van Nederland.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal