Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nudisme - (naaktrecreatie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

nudisme zn. ‘naaktrecreatie’
Nnl. Het “nudisme”, dat zich in wintersch Parijs helaas bezwaarlijk laat beoefenen [1930; Vaderland], nudisme ‘naaktloperij’ [1950; Van Dale].
Internationaal neologisme, ontleend aan Duits nudismus ‘id.’ of Frans nudisme ‘id.’ [1925; OED3] en afgeleid met het achtervoegsel → -isme van Latijn nūdus ‘naakt’, verwant met → naakt. Zie ook → naturisme.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nudisme [recreëren zonder kleding] {na 1950} < frans nudisme, gevormd van latijn nudus [naakt] + -isme.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nudisme ‘recreëren zonder kleding’ -> Indonesisch nudisme ‘recreëren zonder kleding’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nudisme recreëren zonder kleding 1950 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal