Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pijlen - (vinnig bewegen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2pyl ww.
Reguit, vinnig beweeg.
Uit gewestelike Ndl. pijlen. Ndl. pijlen is jonger as pijl, en die ww. sou oorspr. aangedui het dat iets so reguit en vinnig soos 'n afgeskiete pyl (1pyl 1) beweeg.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

pielen te hoog branden, gez, van een lamp (Groningen). Afl. van pijl, m.a.w. ‘de vorm van een pijl hebben’.
TNZN VII 9.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

pijlen (DB), ww.: stelen. Fr. piller ‘plunderen, roven’ < Lat. piliare < pilare. Sp. pilar.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal