Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pitsjaren - (een bijeenkomst beleggen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pitsjaren [een bijeenkomst beleggen] {1614} < maleis bicara [spreken, gesprek, beraad].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

poetsaren, ww.: plagen. Br. pitsjaren, poetsjaren ‘handtastelijk pesten’. Vervorming van Ovl. poesjakken/pietsjakken o.i.v. pitsjaren ‘een bijeenkomst beleggen, beraadslagen, met de pitsjaarsvlag seinen’ < Maleis bit(s)jára ‘overleg, raadpleging’. Vgl. Aalsters poesjakken ‘handtastelijk plagen’ en Eekloos (OV) pietsjakker ‘kleine, stoute bengel’. D. piesacken, Ndd. pisakken ‘pesten’.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

pitsjaren [bijeenkomst beleggen]. Pitsjaren is thans bij ons alleen gebruikelijk als zeewoord en betekent ‘door middel van een sein aan boord roepen’. Het wordt ook wel gebruikt wanneer de bevelhebber van een schip het afwezige scheepsvolk door zulk een sein terugroept, maar oorspronkelijk schijnt het slechts gebezigd te zijn van een vlootvoogd die de bevelhebbers van de schepen van zijn eskader bij zich aan boord laat komen om zich met hen te beraden. De vlag die daarvoor dient, heet de pitsjaarvlag.

Van Dale vergelijkt het Engelse pitch-yard, maar verzuimt ons te zeggen wat dit woord betekent. Ik heb het tevergeefs gezocht, maar indien het werkelijk onder de zeelieden in gebruik is, schijnt het mij een verbastering van pitsjaar, zodat het door dit laatste moet worden opgehelderd, en niet omgekeerd.

Pitsjaar nu is stellig niets anders dan het Maleise bitjára (door sommigen bitsjára uitgesproken), dat, zelf uit het Sanskriet stammend, ‘overlegging, raadpleging, raad, raadsvergadering’ betekent. Wanneer de admiraal met de kapiteins een raad, een bitjara wilde houden, seinde hij met de pitsjaar, dat is de bitjara-vlag. Door misverstand heeft men later dit pitsjaren in de zin van ‘seinen om aan boord te komen’ opgevat.

Dat pitsjaren werkelijk moet verklaard worden zoals ik hier heb voorgesteld, blijkt uit het gebruik van dat woord in oude Indische stukken. Een duidelijk voorbeeld is het volgende uit een brief van de Gouverneur-Generaal aan Pieter Fransen te Bantam, de dato 17 april 1630, bij De Jonge Opkomst, deel V, p. 187: ‘Sult den Tommogon bij eene goede gelegentheyt voorhouden en te verstaen geven, dat het goed waare syn E. met ons daarover eerst hadde gepitschaert.’ Zo ook leest men in een rapport van Couper de dato 25 maart 1677 (deel VII, p. 103): ‘waerover seyden eerst te moeten pitsjaren.’

Men heeft van pitsjaren ook een naamwoord, pitsjaring gemaakt. Zo bij De Jonge, Opkomst, deel V, p. 105: ‘Off dit een Gabangsche pitsjaringh sy sal ons den tyt leeren,’ en deel VI, p. 32: ‘dat onder ons geen gebruick was, bij de eerste bejegeninge van eenige pitsiaringen te spreecken.’ [V]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pitsjaren ‘met de pitsjaarsvlag seinen, een bijeenkomst beleggen’ -> Deens passiare ‘kletsen, informeel praten’; Noors passiare ‘kletsen, informeel praten’; Zweeds passiare ‘met signaalvlag oproepen tot vergaderen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal