Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

positief - (stellig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

positief bn. ‘bevestigend, niet negatief’
Vnnl. positief ‘ondubbelzinnig, stellig’ in door een positive verklaringe [1663; iWNT]; nnl. positief ook ‘bevestigend’ in een positief antwoord [1879; WNT instinctmatig], ‘afgedrukt, niet negatief (in de fotografie)’ in Om een positief beeld te verkrijgen [ca. 1890; WNT], ‘groter dan nul’ in een positief getal [1924; WNT], ‘optimistisch’ in in zijn wezen ... iets sterk positiefs [1927; WNT].
Ontleend, al dan niet via Frans positif ‘zeker’ [1664; TLF], eerder al ‘wat vastgesteld is’ [1365; TLF] en ‘werkelijk, echt’ [begin 14e eeuw; TLF], aan middeleeuws Latijn positivus ‘gegeven, vastgesteld, overeengekomen’, afleiding van positus, het verl.deelw. van pōnere ‘plaatsen’, zie → positie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

positief1 [stellig] {1663} < frans positif [idem] < latijn positivus [willekeurig, d.w.z. naar eigen wil en niet door natuurlijke omstandigheden], van ponere (verl. deelw. positum) [plaatsen, zetten, opstellen, opdienen, ordenen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

po’sitief tw., ik ben er zeker van; dat is positief zo. Professor: Een wijs man trekt alles in twijfel. Alleen een dwaas is positief. - Student: Bent u zeker daarvan? - Prof.: Positief! (BN 121: 28; 1980). - Etym.: Vgl. E (I am quite) positive = (Ik ben geheel) zeker.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

positief ‘afdruk van een negatief’ (Engels positive); ‘stellig’ (Frans positive)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Positief (Lat. positívus = geplaatst, gesteld; pónere = plaatsen, stellen). Gewoonlijk gebruikt in tegenstelling tot → negatief; b.v. positief electrisch.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Positief (< Lat. positivus) → negatief.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

positief ‘stellig’ -> Indonesisch positif, positip ‘stellig, gunstig’; Japans sekkyoku ‘positief (fig.), oorspr. positieve pool, lett. toenemende pool’; Chinees jiji ‘positief (fig.)’; Papiaments positif ‘stellig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

positief stellig 1663 [WNT] <Frans of Latijn

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

grondhouding: een positieve —, een welwillende houding; een positieve manier om iets benaderen. Gevleugelde woorden, die in 1982 door Ruud Lubbers werden gelanceerd op het moment dat hij het premierschap overnam van zijn politieke voorganger Van Agt.

Grondhouding: De manier waarop men tegen iets aankijkt. Kort voordat de heer Lubbers premier Van Agt zou opvolgen als politiek leider van het CDA, vertrouwde eerstgenoemde het Nederlandse volk toe dat hij het verzoek van Van Agt daartoe vanuit een positieve grondhouding zou benaderen. (Marco Bunge: Politiek Woordenboek, 1985))
Bij de HP redactie overheerst een ‘positieve grondhouding’, aldus adjunct hoofdredacteur G. van de Westelaken. (NRC Handelsblad, 01/06/90)
Minister Ter Beek van Defensie verklaarde donderdag na afloop van een korte kabinetsraad over de Nederlandse bijdrage aan de multinationale strijdmacht in de Golf, dat de regering ‘een positieve grondhouding’ inneemt ten opzichte van nadere verzoeken van de NAVO. (De Volkskrant, 25/01/91)
Naar zijn zeggen had hij een ‘positieve grondhouding’ tegenover het Amerikaanse militaire optreden in Zuidoost-Azië. (Het Parool, 09/02/91)
De overheid wordt onder schot genomen -’Nederland kandidaat!’- maar weet niet of dat met een waterpistool gebeurt. Van Marle een gek noemen, geen overheidsdienaar die deze diagnose durft stellen. Lubbers zijn ‘positieve grondhouding’ terzake komt nog het dichtst in die buurt. (Nieuwe Revu, 05/12/91)
‘Een positieve grondhouding’ (de titel is ontleend aan een uitspraak van de pas aangetreden partijleider Lubbers uit 1982) is daardoor een bruikbaar en welkom naslagwerk, maar het mist een ziel. (De Volkskrant, 11/04/92)
De bestuursleden wilden met eigen ogen zien hoe de samenwerking verloopt. Na een paar dagen met borrels, diners en sprekers -véél sprekers- verlieten de D66’ers de stad in de Elzas met een positieve grondhouding. (Elsevier, 18/04/92)
Zo’n buitenkans deed zich voor toen Lubbers, die het Nederlands al verrijkte met woorden als ‘positieve grondhouding’, ‘werkende weg’ en ‘kampement’, zich naar aanleiding van een bezoek van James Baker aan Bagdad liet ontvallen: ‘Het is een goed signaal. Het urgeert de mensen om te praten.’ (HP/De Tijd, 06/08/93)
Leers en Feenstra hebben een positieve grondhouding tegenover de Betuwelijn. (Trouw, 21/10/94)

positieve actie; — discriminatie, voorkeursbehandeling voor vrouwen en kleurlingen bij het verstrekken van banen. Vnl. feministisch jargon.

Positieve discriminatie is op het ogenblik een noodzakelijk kwaad. Noodzakelijk: omdat het vrouwen helpt een enorme achterstand op allerlei gebied op allerlei gebied een beetje in te lopen; kwaad: omdat het nooit goed is mede benoemd te worden omdat je een vrouw (of een man bent, inplaats vanwege je bekwaamheden). (Opzij, mei 1988)
Binnen een half jaar moet elk departement gaan werken met een positief actieprogramma voor vrouwen. (Opzij, maart 1987)
De term ‘positieve discriminatie’ kan inmiddels weer verdwijnen uit de sociale turbotaal. Het heet nu positieve actie. (Onze Taal, oktober 1988)
Als vrouwen via positieve actie functies dreigen te veroveren die mannen voor zichzelf hadden gereserveerd, reageren die alsof de bliksem rechtstreeks in hun pik geslagen is. (Opzij, januari 1989)
We hebben het tegenwoordig vaak over positieve discriminatie, over voorrang verlenen aan achtergestelde groepen. (Het Parool, 24/03/90)
In ‘Disclosure’ pikt in het kader van de positieve discriminatie — nog zo’n hedendaagse uitwas — een vrouwelijke collega zijn promotie in. (Nieuwe Revu, 11/01/95)
‘Positieve discriminatie’, later omgezet in het vriendelijker klinkende ‘positieve actie’, werd een gangbaar begrip. Om de achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt versneld weg te werken, genieten vrouwelijke sollicitanten ‘bij gelijke geschiktheid’ de voorkeur. (Elsevier, 14/01/95)
Maar ook als inhoudelijke punten worden aangeroerd, zoals allochtonen, positieve discriminatie en emancipatie, raakt de stemming al gauw geprikkeld. (HP/De Tijd, 11/04/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal