Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

soda - (natriumcarbonaat (Na2CO3))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

soda zn. ‘natriumcarbonaat (Na2CO3)’
Nnl. Neemt een once soda (dat syn asschen van een cruyt, dat de glaesbackers besigen om cristallyne vaten te maken) [1558; Piemontois 1636, I, 166] souda, soda ‘natriumcarbonaat’ in Souda. Zeker zout of as [1717; WNT], Wilde men de Soda alvoorens uitloogen ... zoo zoude dit voor den Fabrikeur ... te kostbaar worden [1793; WNT uitloogen].
De vorm soda is ontleend aan Italiaans soda. De vorm souda, die nog tot in de 19e eeuw voorkomt, lijkt een contaminatie te zijn van soda en Frans soude [1587; TLF], dat zelf ook ontleend is aan Italiaans soda. Het Italiaans heeft het via het Siciliaans ontleend aan Arabisch suwwād ‘sodakruid’. Deze plant levert bij verbranding de chemische stof soda.
Omdat soda een goed middel is tegen hoofdpijn, werd vroeger gedacht dat soda ontleend was aan Arabisch ṣudāʿ ‘hoofdpijn’. Deze hypothese (nog in NEW) is inmiddels achterhaald (FEW XIX, 165).
Een ander woord voor soda is natron, dat de basis vormt van → natrium. Het op soda gebaseerde woord sodium werd de gewone naam voor ‘natrium’ in het Engels en is daaruit ontleend door het Frans en de andere Romaanse talen. Vroeger werd soda ook wel → alkali genoemd. Alkali was eveneens de naam van potas, de in een pot geblakerde as van het zoutkruid, zie → kalium.
Lit.: Philippa 2008

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

soda [een zout] {souda 1717, soda 1867} < middeleeuws latijn soda [idem] < arabisch suwwad [Siciliaanse plant, waaruit soda werd gewonnen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

soda znw. m. v., in de 17de eeuw ontleend aan spa. soda, mlat. soda (> fra. soude), gevormd uit sodanum, afgeleid van soda ‘hoofdpijn’ < arab. ṣudāʿ ‘hoofdpijn’; de soda werd gebruikt als middel tegen hoofdpijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

soda znw., nog niet bij Kil. Internationaal woord, op it. soda, v. van sodo “vast” (< lat. solidus) teruggaand.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

soda v., uit It. id., van Mlat. solida, vr. van solidus: z. soldaat.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

so’da, 1. (de), bakpoeder. - 2. (de, -’s), kort voor sodabeschuit*, sodabiscuit*. - Etym.: (1) Zie het syn. baksoda*, zie ruwe soda*.
— : ruwe soda (de), soda (het reinigingsmiddel).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

soda (Italiaans soda)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

soda ‘bepaald zout; (Surinaams-Nederlands) bakpoeder’ -> Indonesisch soda, sodium ‘bepaald zout’; Boeginees sôda ‘bepaald zout; iets met soda bleken’; Jakartaans-Maleis sodè ‘stof om zeep te maken’; Menadonees soda ‘bepaald zout’; Japans sōda ‘bepaald zout’; Chinees † caoda ‘bepaald zout’ <via Japans>; Surinaams-Javaans slodhah ‘bakpoeder’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

soda een zout 1717 [WNT] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal