Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

soja - (pikante saus bereid uit bonen van de sojaplant (Glycine max))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

soja zn. ‘pikante saus bereid uit bonen van de sojaplant (Glycine max)’
Vnnl. Soya [ca. 1670; WNT]; nnl. wat Soja in de sjeu ‘wat soja in de jus’ [1746; Keukenmeid, Aanhangzel, 96].
Ontleend aan Japans shōyu ‘sojasaus’, dat ontleend is aan een dialectuitspraak van Mandarijn-Chinees jiàngyóu ‘sojaboon-olie’.
Andere Europese talen, zoals Frans soja, Engels soy(a) en Duits Soja, hebben het woord aan het Nederlands ontleend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

soja [pikante saus] {ca. 1670} < japans shōyu, ontleend aan chinees chiang yu [sojaboonolie].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

soja znw. m., een product van een Chinese plant, die sedert de 2de helft der 17de eeuw bij ons bekend is geworden en wel over Japan, want het woord gaat terug op japans šo-ju.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

soja znw. Een jong, ook elders voorkomend woord. Uit japansch šo-ju.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

soja. Reeds in de 2e helft van de 17e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

soja v. (saus), uit Jap. šo-ju.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

soja(boontjie): vrug- en pln. (Dolichos soya, Glycine/Soya max, fam. Papilionaceae); Ndl. (sedert 17e eeu) soja, Eng. soy(a), Jap. soy uit sho-yu uit siyau-yu, Mal. soi uit Sji. shi-yu (shi, “soutboontjie(s)”, en yu, “olie”, n.a.v. sous uit soja gemaak), vgl. Frank TB 133-4.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

soja2 [pikante saus]. Ofschoon veel minder gebruikelijk dan ketjap, komt het in Indië toch wel eens voor. Het is het Japanse soo-joe of sjoo-joe (Veth). In Hobson-Jobson echter vindt men dat dit laatste — op zijn Engels gespeld sho-yu — de uitspraak van het woord is. Het klassieke Japans heeft siyau-yu, wat zelf weer ontleend is aan het Chinese sze-yu (in Sjanghai), si-iu (in Amoy) of shi-yau (in Kanton). Het eerste element betekent ‘gezouten bonen’, het tweede ‘olie’. [P]

soja1 [pikante saus]. Gewoonlijk schrijft men Soya, maar ik zie geen reden waarom wij een lettergreep volkomen gelijkluidend met ja en jagen en Java, in andere woorden ya zouden schrijven. In het Engels heeft de y de waarde van onze j, en de j de waarde die wij in vreemde woorden door dj (of dsj) uitdrukken, omdat geen letter in onze taal aan die klank beantwoordt. Iedere taal houde zich in de spelling aan haar eigen klankstelsel, anders geraakt men in onoplosbare verwarring en bevordert verkeerde uitspraak. Dus ook geen u (als in het Duits en Italiaans) of ou (als in het Frans) voor de klank die wij met oe uitdrukken. Alleen in vreemde eigennamen waarvan geen Nederlandse vormen bestaan en die in het oorspronkelijk met dezelfde lettertekens (ofschoon niet altijd met dezelfde waarde) als in de onze geschreven worden, moet men de vreemde spelling behouden. Het spreekt echter vanzelf dat deze regels niet van toepassing zijn op wetenschappelijke werken, waarin een vast stelsel van transcriptie gevolgd wordt, zoveel mogelijk alle talen omvattend. De lezer behoort dan echter gewaarschuwd te worden dat hij met een algemene, niet met een Nederlandse spelling te doen heeft.

Soja is de naam van een Japanse saus die ook bij ons door velen als een aangenaam toevoegsel bij vele spijzen beschouwd wordt. In het Japans luidt het woord soo-joe of sjoo-joe en betekent ‘uitstekende saus’.

Het hoofdbestanddeel van deze saus is een soort van boon, die door Linnaeus Dolichos soya, door Mônch Soya hespida genoemd werd. De plant is, naar het schijnt, oorspronkelijk in Japan thuis, waar men zomer- en herfstbonen onderscheidt. De late soort komt in Europa, zoals uit proeven in de Leidse hortus gebleken is, zelfs na een gunstige zomer niet tot rijpheid. Daarentegen is de plant met goede uitslag naar de tropische delen van Azië overgebracht. Op Java noemt men ze soms katjang djĕpoen, dat is Japanse boon, maar gewoonlijk kadĕlé of kĕdĕlé. De Javanen bereiden daaruit behalve de soja ook de témpé die, tot platte koekjes gevormd en gebakken en gebraden, een zeer geliefde toespijs is bij de rijst.

In de soja onderscheiden de Japanners twee soorten, naarmate ze met gerst of met tarwe is vermengd. De met tarwe bereide wordt smakelijker geacht.

In een stukje over de ‘bereiding van de Japanse Soja’, meegedeeld door prof. Hoffmann in de Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië, 3e volgreeks, deel V, p. 192, wordt de bereiding van de soja nauwkeurig beschreven volgens de Japanse encyclopedie Wa-kan sansai dzu-e, en ter vergelijking ook de beschrijving opgegeven die in Kaempfers Amoenitates exoticae wordt aangetroffen. [V]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

soja (Japans shōyu)

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Soja Moench [K. Moench] / soja, - van Chin, shōyū, een Chin. saus, - kètjap.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

soja ‘sojaplant; pikante saus van sojabonen’ -> Engels soya ‘pikante saus; boon van sojaplant’; Duits Soja ‘sojaplant’; Deens soja ‘sojaplant’; Frans soja ‘sojaplant’ <via Engels>; Spaans soja ‘boon van sojaplant’; Lets soja ‘sojaplant’ (uit Nederlands of Duits); Litouws soja ‘sojaplant’ (uit Nederlands of Duits); Hongaars szója ‘sojaplant’ <via Duits>; Grieks sogia /soja/ ‘sojaplant’ <via Engels>; Maltees sojja ‘sojaplant’ <via Engels>; Turks soya ‘sojaplant’ <via Engels>; Koerdisch soya ‘sojaplant’ <via Engels>; Arabisch (MSA) ṣūyā ‘sojaplant’ <via Engels>; Arabisch (Egyptisch) 'iṣ-ṣōya ‘sojaplant’ <via Engels>; Ambons-Maleis soi ‘pikante saus van sojabonen’; Menadonees soi ‘pikante saus’; Sranantongo soya ‘sojaplant’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

soja pikante saus 1670 [WNT] <Japans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal