Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stribbelen - (zich verzetten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

stribbelen ww. ‘zich verzetten’
Vnnl. stribbelen ‘moeite hebben met’ in Ick weet ... dat ick ... dickwils teghen de maten (versmaten) en clancken der Latijnscher uytspraken hebbe gestribbelt [1612; iWNT], ook in de meer frequente samenstelling tegenstribbelen, in zonder teeghenstribbelen ... uitgevoert [1642; iWNT].
Frequentatief, met geminatie van de medeklinker (zie Schönfeld 1970, par. 191), van → streven, zoals bibberen van beven. Zonder geminatie is ook de vorm mnl. wederstrifelen [1483; MNW] geattesteerd. Mnl. (weder)stribben ‘zich verzetten’ [1450-1500; MNW] is wrsch. een terugvorming bij stribbelen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stribbelen* [zich verzetten] {1619 als ‘kibbelen’; de huidige betekenis ca. 1630} iteratief van middelnederlands (weder)stribben, variant van strubbelen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stribbelen ww. eerst na Kiliaen, is een iteratief van het ww. strijven, waarvoor zie: streven. Dat het woord oud is bewijzen mnl. stribbich en wederstribben. — Als typisch voorbeeld van klinkervariatie staat daarnaast strubbelen, dat weliswaar formeel op een ander ww. kan worden teruggevoerd, maar evengoed een secundaire vorm naast stribbelen zou kunnen zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stribbelen ww., nog niet bij Kil. Staat tot ouder-nnl. strijven en ndl. streven als kibbelen tot kijven resp. bibberen (bibbelen) tot beven. Reeds mnl. stribbich en wēderstribben. Van anderen oorsprong is strubbelen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

stribbelen ww., reeds begin 17e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stribbelen o.w., met frequent. suffix, intensief van streven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

strebelen (K), ww., scherpl. e: stribbelen, strijden. Zoals stribbelen freq. van ouder Ndl. strijven ’streven, strijden’, Mhd. strîben (strep, gestreben) waarnaast ablautend (reductietrap) Mnl. streven ‘strijden’, trouwens verwant met strijden. Een freq. zonder bb-geminatie is Mnl. strivelen ‘weerbarstig zijn’. Mnl. stribben ‘weerbarstig zijn’ is dan weer een intensivum met bb-geminatie, maar niet freq., van strijven. Mnl. stribbich is trouwens synoniem met strevich ‘weerbarstig’ en Mnl. wederstribben, met freq. wederstribbelen, is het volmaakte pendant van D. widerstreben ‘tegenwerken, weerstreven’. Mnd. bn. strif, stref ‘gespannen, stijf, star’ is te vergelijken met Gr. striphnós ‘vast, hard’. Idg. streibh- (naast streidh-) is een labiale uitbreiding van Idg. *(s)ter(ә)-, *(s)trê ‘star, stijf’. Verwant is zeker ook E. to strive, dat evenwel door de etymologen van Ofr. estriver afgeleid wordt, dat zelf weer op Germ. teruggaat. Maar aangezien strive dan als enige Frans leenwoord de sterke Germaanse vervoeging heeft {strove, striven), zoals drive, drove, driven, lijkt me deze Franse herkomst onwaarschijnlijk. De Kortrijkse vorm met scherplange e is wel vreemd. Als die oorspronkelijk is, suggereert hij een zwak en causatief streeven met scherplange e ‘doen strijven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stribbelen* zich verzetten 1630 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal