Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vulkaan - (vuurspuwende berg)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

vulkaan zn. ‘vuurspuwende berg’
Mnl. In Cycilien ... Bernen berghen talre stont, Ende heeten die potten van Vulcane ‘op Sicilië branden de bergen altijd, en zij worden de potten van Vulcanus genoemd’ [1300-25; MNW-R], die berch van Vulcane, Die altoos bernet ‘de (Siciliaanse) berg Vulcano, die altijd brandt’ [1390-1410; MNW-R], men vulcanen te heten pleghe ‘(dat) men ze (d.i. de bergen) vulkanen pleegt te noemen’ [1465-85; MNW-R].
Ontleend aan middeleeuws Latijn vulcanus ‘Vulcanus; Vulcano; vulkaan’. Vulcanus (klassiek Latijn Volcānus) was de Romeinse god van het vuur en van de smeden. Volgens de Romeinse mythologie had hij zijn smidse in een vuurspuwende berg op een eiland bij Sicilië, dat nu Vulcano wordt genoemd. De naam werd in het Italiaans ook het algemene woord voor vuurspuwende bergen, zoals de Etna. Ook de meeste andere Europese talen hebben het woord overgenomen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vulkaan [vuurspuwende berg] {vulcaen 1401-1450} < latijn Vulcanus, genoemd naar de Romeinse god van het vuur Vulcanus; in het me. lat. werd Vulcanus mons gebruikt voor een bepaalde Italiaanse vulkaan, later kreeg het de betekenis ‘vuurspuwende berg’ in het algemeen. In de 16e eeuw kwam de vorm vulcano {1595} voor, die ontleend was aan italiaans vulcano. Misschien is het woord in de 19e eeuw opnieuw ontleend aan hoogduits Vulkan.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† vulkaan znw., nnl. Internationaal woord, dat — wsch. via. it. volcano — op lat. Volcânus ‘de vuurgod’ te herleiden is.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vulkaan s.nw.
Vuurspuwende berg.
Uit Ndl. vulkaan (1595).
Ndl. vulkaan uit It. vulcano of Latyn Vulcanus, gevorm na Vulcanus, die naam van die Romeinse god van vuur.
D. Vulkan (17de eeu), Eng. volcano (1613), Fr. volcan.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vulkaan (Duits Vulkan)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Vulkaan ( < Lat. Vulcánus = zoon van Jupiter en Juno, god van het vuur; zijn werkplaats zou in de vuurspuwende berg Etna geweest zijn; vulcánus bet. vd. ook: vuur, vlam). Vuurspuwende berg.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vulkaan ‘vuurspuwende berg’ -> Indonesisch vulkan, volkan ‘vuurspuwende berg’; Negerhollands hulkān, fekān ‘orkaan’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † hulkan ‘orkaan’ <via Negerhollands>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vulkaan vuurspuwende berg 1401-1450 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal