Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zaniken - (zeuren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

zaniken ww. ‘zeuren’
Nnl. zaniken ‘zeuren’, eerst in afgeleide vorm in dat komt nou van je gezanik en getalm [1802; iWNT gezanik], dan in toen sannekten ze al verder [1809; iWNT], Bij ons gaat alles met een mokken, drensen en zaneken gepaard [1815; Kinker].
Herkomst onzeker. Wrsch. verwant met (of volgens WNT ontleend aan) Fries sanikje ‘zeuren’ [1841; WFT] en/of Nederduits sānken ‘talmen’.
Nfri. sanikje is mogelijk afgeleid van sana ‘op een onaangename manier verzoeken’ < ofri. sanna ‘weerspreken, bestrijden; twisten’, waarvan de etymologie onbekend is. Verband met pgm. *saina- ‘traag, langzaam’, waarbij mhd. seine ‘traag; gering’ (zie ook → langzaam), oe. sǣne ‘traag’, on. seinn ‘traag; laat’ (nzw. sen), en in het bijzonder de werkwoordsafleidingen on. seina ‘vertragen’ en got. sainjan ‘talmen’ lijkt semantisch onaantrekkelijk. De betekenis van ofri. sanna past wel bij die van nhd. zanken ‘mopperen, schelden, kibbelen’ [15e eeuw; Grimm], maar de anlaut is onverenigbaar.
Lit.: J. Kinker (1815), De herkaauwer, Amsterdam, I, 164

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zaniken* [zeuren] {sanneken 1809, zaniken 1854} nederduits sanken, fries sanikje (van fries sane [het manen]), vgl. middelhoogduits seinen [vertragen] (van seine [traag]), oudengels asanian [slap worden] (van sæne [traag]), oudnoors seina [vertragen] (van seinn [traag]), gotisch sainjan [talmen]; buiten het germ. latijn sinere [neerleggen, dulden, toelaten], litouws atsainus [traag].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zaniken ww., fri. sanikje, nnd. dial. sānken ‘talmen, temen’, met fries vocalisme afgeleid van fr. sāne (in sāne of mane ‘om betaling lastig vallen), vgl. verder oe. āsānian ‘slap worden’, mhd. seinen ‘vertragen’, on. seina ‘vertragen’, got. sainjan ‘talmen’, afl. van het bnw. mhd. seine, oe. sæne, on. seinn ‘langzaam, traag, nalatig’. — lit. atsainùs ‘nalatig’. Daarnaast abl. nnoorw. dial. sīna ‘langzaam glijden, afzakken’, nnoorw. nzw. dial. sĭna ‘ophouden te stromen’ vgl. lat. sino ‘laat gebeuren; veroorloof’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zaniken ww. = fri. sanigje, -ikje, ndd. dial. sānken “talmen, temen”. Wsch. jong; van *zanen = fri. sane in s. of mane “(om betaling) lastig vallen”? bij zaan? Niet bij mhd. sene v. “’t verlangen”, senen (nhd. sehnen) “hevig verlangen”, eind 12. eeuw sene “marceo, langueo”, mnd. sēnentliken “smartelijk verlangend”, waarvoor beter germ. i aangenomen wordt. Vgl. Kil. “sanckelen. Flandr. j. suckelen. Titubare, cespitare”?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zaniken ono.w., + Ndd. zänken: intens. van *zanen = kijven + Fri. sana, De. sende: oorspr. onbek. Hgd. zanken, dat niet oud is, berust wellicht op zaniken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sanik ww.
Onnodig aanhoudend en dikw. kermend en klaend oor dieselfde onderwerp praat.
Uit Ndl. zaniken (1809).
Ndl. zaniken uit Fries sanikje, 'n afleiding van sane wat voorkom in die spreekwoord sane of mane 'om betaling lastig val'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zaniken ‘zeuren’ -> Sranantongo sânek, sanek ‘zeuren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zaniken* zeuren 1809 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal